Bij ons op de boerderij wonen 3 eenden: Pluim, Zudhar en Lola. Het zijn geen gewone eenden, neeeee, het zijn Peking eenden. We kennen ze wel op ons bord met van die kleine pannenkoekjes met zoete pruimensaus. Of je kent ze nog van een stap daarvoor, op de kop hangend zonder veertjes in de etalage van de Chinese restaurants in bijvoorbeeld Amsterdam, Zeedijk.

Maar zo rond waggelend in hun prachtige witte jas is vrij bijzonder.

Mijn dochter van 9 redt alles wat een hartje heeft. Ze redt ze, neemt ze mee naar huis en dan mag ik ze verzorgen. Natuurlijk zegt ze dat ze dat zelf doet, maar in de praktijk doe ik dat.

Pluim en Zudhar waren een ochtend uit hun ei gekropen samen met wel 1000 andere kleine eendjes in een eendenbedrijf. Mijn dochter speelde bij haar vriendinnetje en knuffelde met de kuikens toen ze hoorde dat ze groot werden gebracht voor de slacht. Haar meisjes hart ging tekeer en ze vond het zo ontzettend zielig. “Neem er maar een paar mee naar huis hoor”, zei de vader van het vriendinnetje aardig.

En zo stond mijn dochter niet alleen met haar rugzak mij op te wachten, maar had zij ook een doosje in haar handen waar kleine lieve piepjes uit kwamen. Thuis gingen de twee kleintjes in een doos onder de warmte lamp en aten ze uit onze hand toen ze groter en groter werden. Zo groot….het leken wel ganzen.

Het bleef buiten maar vriezen en de inmiddels lelijke eendjes werden in het huis van haar slaapkamer naar de deel in de boerderij verhuisd..we konden ze toch nog niet buiten zetten, nee veel te koud.

Zudhar heette trouwens eerst Lisa. Maar het bleek dat vrouwtjes eenden aan één stuk door kwaken, en zo moesten we concluderen dat Lisa een mannetje was. Ok, het werd Zudhar en het werd tijd dat die twee naar buiten gingen.

De zon kwam door en ze kregen hun eigen deel in de kippenren. ‘S ochtends gaan ze allemaal naar buiten en scharrelen ze rond. ‘S avonds gaan de kippen op stok wanneer het schemerig wordt en daar gaat het even mis met de eenden. Ze kijken de kippen elke dag met een scheef hoofd aan wanneer de haan ze roept om op stok te gaan. Nee, de eenden blijven gewoon liggen totdat ik ze als een moeder eend s’avonds hun hok in drijf.

Alles in harmonie, fijn!

En toen kwam Lola.

Lola was een eendje uit hetzelfde eendenbedrijf dat het niet ging redden. Binnen een paar weken moeten de eenden op een bepaald gewicht zijn en bij elke lading zijn er een paar zwakkere tussen. “Die draai ik straks het nekje wel om”, zei de opa van het vriendinnetje aardig. En zo stond mijn dochter niet alleen met een rugzak op mij te wachten, maar had zij weer een doos in haar handen waar een zwak piepje uit kwam.

Lola was al een paar weken oud en gelukkig kon zij al snel tussen de andere eenden en kippen gezet worden. Haar kale plekken verdwenen en ze sterkte goed aan. Nu waggelen er drie grote prachtige en vooral hele lieve Peking eenden op mijn erf die graag naar je toe lopen met hun kwaak verhalen.

Nu is alles weer in harmonie, fijn!

De volgende keer, zo heb ik mijn dochter uitgelegd, mag ze alleen geen eendjes meer mee naar huis nemen. We zullen zien.